Waarom moet Nederland groeien door te volgen?
Over de reflex om als land achter elders bedachte niches aan te rennen, in plaats van verder bouwen op de plekken waar we al voorop lopen. Een oude tekst die onverminderd actueel blijft.
Oorspronkelijk geschreven begin 2016, kort herzien in 2026 met een naschrift over wat er sindsdien is gebeurd.
Een paar jaar terug zat ik aan tafel bij een bijeenkomst voor "innovatieve ondernemingen". Het thema werd gepresenteerd alsof het van bovenaf was opgelegd: hoe gaan we als Nederland leidend worden in fintech? Later was ik bij een andere bijeenkomst: hoe pakken we als Nederland AI op? Zo kwam ook blockchain een keer voorbij. Het patroon herhaalt zich. Telkens een nieuw vakgebied, telkens dezelfde discussie, telkens dezelfde ondertoon: "in San Francisco gebeurt dit, in Tel Aviv gebeurt dat, en wij?"
Het probleem zit niet in de inhoud van die vakgebieden. Fintech, AI, blockchain, ze zijn allemaal interessant. Het probleem zit in de positie. We praten erover als achtervolgers. We willen meedoen op een speelveld dat al door iemand anders is afgebakend.
Waar we wél leidend zijn
Het opvallende is hoe weinig er gepraat wordt over de plekken waar Nederland echt vooroploopt. We zijn 's werelds tweede grootste exporteur van landbouwproducten in waarde, na de VS, op een land ter grootte van Maryland. Onze waterbouw is gevraagd in havens van Singapore tot Lagos. Onze creatieve sector haalt prijzen op aan de andere kant van de wereld. Onze logistieke sector verplaatst meer goederen per vierkante meter dan vrijwel waar dan ook.
Dat zijn geen abstracte cijfers. Het zijn concrete plekken waar Nederlandse ondernemers, ingenieurs, ontwerpers en boeren al iets hebben gebouwd dat de rest van de wereld bezoekt om van te leren.
Op die plekken is groei niet een kwestie van iemand inhalen. Het is een kwestie van het volgende verzinnen.
Wat dat zou betekenen
Stel dat we als land het beleid omdraaien. In plaats van "hoe pakken we het volgende silicon-iets-iets op", de vraag: "waar zijn we al verder dan iedereen, en wat is daar de volgende stap?"
In de tuinbouw kan dat een investering zijn in volledig autonome teelt. In waterbouw kan dat een radicale herziening zijn van hoe stedelijke gebieden zich aanpassen aan stijgend zeewater. In voedselverwerking kunnen dat investeringen zijn in eiwit-alternatieven die wij beter kunnen schalen dan wie dan ook. In logistiek kunnen dat zelf-organiserende vrachtketens zijn. In design kan dat ons de plek maken waar de wereld haar interfaces vandaan haalt.
Daar liggen de echte kansen. Niet omdat ze sexier zijn dan AI, maar omdat we daar een voorsprong hebben die we kunnen omzetten in iets nieuws.
Wat het kost om dit niet te doen
Doorgaan op het volg-pad betekent twee dingen. Allereerst: middelen die naar het volgen gaan, gaan niet naar het verder bouwen. Geld dat in fintech-startups wordt geïnvesteerd zodat we ook fintech hebben, gaat niet in tuinbouw-innovatie waar onze positie sterker is. Ten tweede: een ondernemer die zijn idee bouwt om in te haken op een internationale trend, eindigt vaak met een tweede-rangs versie. De eerste-rangs versie zit in San Francisco, en kan met betere financiering en grotere markten investeren in iets wat ons enkele jaren voorblijft.
In een keukentafel-vergelijking: we proberen de pasta van een Italiaans restaurant na te koken, terwijl we 's werelds beste boerenkool maken. Dat is geen ambitie. Dat is angst om iets te zijn dat we al zijn.
Naschrift in 2026
Tien jaar na de eerste versie van dit stuk zijn de patronen niet veranderd. Wel is er iets bijgekomen. We praten nu, terecht, veel over autonomie van Europa. Energie, voedselzekerheid, technologische soevereiniteit. Dat zijn allemaal redenen om juist nu in te zetten op de domeinen waar we al sterk staan, en niet op het zoveelste volg-traject.
Voor de individuele ondernemer betekent dit hetzelfde als toen. Niet bouwen wat je collega-onderneming in Berlijn bouwt. Bouwen wat hier ergens al lukt, en dat een stap verder brengen. Dat zijn de ideeën die we bij netkitchen graag testen, want daar valt nog wat bij te leren in plaats van na te koken.